toeter
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord ˈtutərBetekenis
- trechtervormig instrument waardoor lucht wordt geblazen om geluid te maken
- claxon
- stomdronken
Hoe spreek je toeter uit?
/ˈtutər/
Toeter bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- apparaat waarmee de bestuurder van een vervoermiddel een luid waarschuwingssignaal kan voortbrengen
- glas alcoholische drank informal
- geluid dat wordt voortgebracht door een hoorn of claxon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toeters | meervoud |
| toetertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toetertjes | verkleinwoord, meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- onder invloed van te veel alcohol informal
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toeteren
- gebiedende wijs van toeteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toeteren
Vervoeging van toeter
toeterhele werkwoord
Herkomst
zn: naamwoord van handeling van toeten met het achtervoegsel -er in de betekenis van ‘hoorn’ aangetroffen vanaf 1664
Woordfamilie van toeter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toeters | meervoud | toeter |
| toetertje | verkleinwoord | toeter |
| toetertjes | verkleinwoord meervoud | toeter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toeter zijn vastgelegd.