kasten
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈkɑstə(n)Betekenis
- opzettelijk, met opzet, expres, met voorbedachten rade
Hoe spreek je kasten uit?
/ˈkɑstən/
Kasten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als casten.
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kast
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van kassen
Vervoeging van kasten
kastenhele werkwoord