Naar de inhoud

afgelasten

de opdracht geven om iets niet door te laten gaan

afgelasten

werkwoord /'ɑfxəˌlɑstə(n)/

Betekenis

  1. de opdracht geven om iets niet door te laten gaan

Hoe spreek je afgelasten uit?

/ˈɑfxəˌlɑstən/

Afgelasten bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfxəˌlɑstən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
x acht
ə de
l land
s sok
t tak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van afgelasten

afgelastenhele werkwoord — gelastte afverleden tijd enkelvoud — gelastten afverleden tijd meervoud — afgelastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gelast af gelastte af
jij gelast af gelastte af
hij, zij, het gelast af gelastte af
wij gelasten af gelastten af
jullie gelasten af gelastten af
zij gelasten af gelastten af
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te gelasten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen gelasten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal gelasten bijzin, toekomende tijd
af zou gelasten bijzin, voorwaardelijk
af zouden gelasten bijzin, voorwaardelijk
af zoudt gelasten bijzin, voorwaardelijk
af zullen gelasten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen gelasten bijzin, toekomende tijd
af zult gelasten bijzin, toekomende tijd
afgelast verleden tijd, deelwoord
afgelast bijzin, tegenwoordige tijd
afgelast te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgelast te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgelast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgelast te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgelast te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgelast worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgelast zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgelast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgelast zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgelast zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgelastend onvoltooid, deelwoord
afgelastte bijzin, verleden tijd
afgelastten bijzin, verleden tijd
ben afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgelast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgelast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgelast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgelast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgelast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgelast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgelast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgelast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gelast af gebiedende wijs
gelastte af verleden tijd
had afgelast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgelast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgelast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgelast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgelast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgelast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgelast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgelast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgelast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afgelasten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgelast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgelast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgelast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgelast voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgelast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgelast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgelast voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgelast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgelast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgelast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgelast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgelast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgelast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgelast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgelast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgelast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgelast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgelast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgelast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgelast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgelast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgelast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgelast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgelast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgelast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgelast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgelast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgelasten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afgelasten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afgelasten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afgelasten bijzin, toekomende tijd
zijn afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgelast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgelast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgelast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgelast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgelast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgelast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgelast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgelast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgelast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgelast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgelasten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afgelasten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afgelasten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afgelasten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afgelasten af zou(dt) gelasten bijzin, voorwaardelijk
zouden afgelast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgelast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgelast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgelast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgelast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgelast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgelast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgelast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgelast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgelasten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgelasten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgelasten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afgelasten bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgelast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgelast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgelast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgelasten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afgelasten bijzin, voorwaardelijk
zullen afgelast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgelast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgelast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgelast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgelast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgelast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgelast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgelast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgelast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgelasten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afgelasten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgelasten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgelasten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afgelasten bijzin, toekomende tijd
zult afgelast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afgelast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en gelasten ww

Woordfamilie van afgelasten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgelaste with-subordinate-clause afgelasten
afgelastend onvoltooid deelwoord afgelasten
afgelastende woordvorm afgelasten
afgelastte subordinate-clause, verleden tijd afgelasten
afgelastten subordinate-clause, verleden tijd afgelasten
gelast af gebiedende wijs afgelasten
gelaste af woordvorm afgelasten
gelasten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afgelasten
gelastte af verleden tijd afgelasten
gelastten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afgelasten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afgelasten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afgelasten

Hoe spreek je afgelasten uit?
De uitspraak van afgelasten is: /'ɑfxəˌlɑstə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent afgelasten?
Afgelasten is een werkwoord. Het woord betekent: de opdracht geven om iets niet door te laten gaan.
Hoe vervoeg je afgelasten?
Je vervoegt afgelasten als volgt: het voltooid deelwoord is afgelast. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op afgelasten?

Op afgelasten rijmen 16 woorden, onder andere tasten, belasten en kasten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op afgelasten, uitspraak ˈɑfxəˌlɑstən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
tasten 2
belasten 3
kasten 2
gasten 2
lasten 2
ontlasten 3
casten 2
badkamerkasten 5
bezemkasten 4
boekenkasten 4
kettingkasten 4
keukenkasten 4
ladekasten 4
ribbenkasten 4
spasten 2
winkelkasten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afgelasten is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. G 3
  4. E 1
  5. L 3
  6. A 1
  7. S 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afgelasten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. G 3
  4. E 1
  5. L 3
  6. A 1
  7. S 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afgelasten in het kort

afgelasten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van afgelasten zijn 85 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afgelasten bij een woordfamilie van 10 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afgelasten: de opdracht geven om iets niet door te laten gaan
Deel afgelasten — standaardnederlands.nl