snoeien
werkwoord ˈsnujə(n)Betekenis
- planten terugbrengen op gewenste lengte
Hoe spreek je snoeien uit?
/ˈsnujən/
Snoeien bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| n | nek |
| u | boek |
| j | ja |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- terugbrengen op gewenste lengte transitive
- uitermate, heel erg informal, intensifier, prefix
- onderzoeken op de aanwezigheid van zaken waar je belang in stelt transitive
- gretig opeten vanwege de smaak obsolete, transitive
Vervoeging van snoeien
snoeienhele werkwoord — snoeideverleden tijd enkelvoud — snoeidenverleden tijd meervoud — gesnoeidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | snoei | snoeide |
| jij | snoeit | snoeide |
| hij, zij, het | snoeit | snoeide |
| wij | snoeien | snoeiden |
| jullie | snoeien | snoeiden |
| zij | snoeien | snoeiden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gesnoeid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesnoeid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesnoeid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesnoeid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesnoeid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesnoeid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesnoeid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesnoeid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesnoeid | verleden tijd, deelwoord |
| gesnoeid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesnoeid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesnoeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesnoeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesnoeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesnoeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesnoeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesnoeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesnoeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesnoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesnoeid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesnoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesnoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesnoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesnoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesnoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesnoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| snoei | gebiedende wijs |
| snoeide | verleden tijd |
| snoeie | aanvoegende wijs |
| snoeiend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesnoeid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te snoeien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen snoeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gesnoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesnoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesnoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gesnoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesnoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesnoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesnoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesnoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesnoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesnoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesnoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesnoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesnoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen snoeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesnoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult snoeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands snoeyen, in de betekenis van ‘inkorten (van takken)’ aangetroffen vanaf jaar 1367 **[2] klanknabootsing van een krachtige beweging **[3], [4] misschien verwant met snaaien ww
Woordfamilie van snoeien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| snoeide | verleden tijd | snoeien |
| snoeiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | snoeien |
| snoeie | aanvoegende wijs | snoeien |
| snoeiend | onvoltooid deelwoord | snoeien |
| snoeiende | woordvorm | snoeien |
| snoeit | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | snoeien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snoeien zijn vastgelegd.