Naar de inhoud

bemoeien

zich ~ met: zich inlaten met zaken waar men niets mee te maken heeft

bemoeien

werkwoord bəˈmujə(n)

Betekenis

  1. zich ~ met: zich inlaten met zaken waar men niets mee te maken heeft
  2. zich ~ met: zich bekommeren om iemand

Hoe spreek je bemoeien uit?

/bəˈmujən/

Bemoeien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈmujən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
m maan
u boek
j ja
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bemoeien

bemoeienhele werkwoord — bemoeideverleden tijd enkelvoud — bemoeidenverleden tijd meervoud — bemoeidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bemoei bemoeide
jij bemoeit bemoeide
hij, zij, het bemoeit bemoeide
wij bemoeien bemoeiden
jullie bemoeien bemoeiden
zij bemoeien bemoeiden
Alle 89 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bemoei gebiedende wijs
bemoei me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bemoei u/je , bemoeit je gebiedende wijs
bemoeid verleden tijd, deelwoord
bemoeid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bemoeid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bemoeide verleden tijd
bemoeide je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bemoeide me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
bemoeide u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
bemoeide u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bemoeide zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
bemoeide zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
bemoeide zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bemoeiden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bemoeiden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
bemoeiden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
bemoeie aanvoegende wijs
bemoeie zich aanvoegende wijs
bemoeien je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bemoeien ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bemoeien zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bemoeiend onvoltooid, deelwoord
bemoeit je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bemoeit u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bemoeit u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bemoeit zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bemoeit zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bemoeit zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ev. gebiedende wijs
had bemoeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bemoeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bemoeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bemoeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bemoeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bemoeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bemoeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bemoeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bemoeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bemoeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bemoeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bemoeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bemoeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bemoeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bemoeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bemoeien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bemoeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bemoeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bemoeid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bemoeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bemoeid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me bemoeien eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich bemoeien derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je bemoeien tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich bemoeid hebben verleden tijd
zich bemoeiend onvoltooid, deelwoord
zou bemoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bemoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bemoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bemoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bemoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bemoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bemoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bemoeid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bemoeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bemoeid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bemoeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen je bemoeien tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons bemoeien eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen zich bemoeien derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult bemoeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bemoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult u bemoeien tweede persoon
zult u bemoeien tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u bemoeien tweede persoon
zult zich/u bemoeien tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Herkomst

In de betekenis van ‘zich mengen in’ voor het eerst aangetroffen in 1637

Woordfamilie van bemoeien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bemoei gebiedende wijs bemoeien
bemoeid voltooid deelwoord bemoeien
bemoeide verleden tijd bemoeien
bemoeiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bemoeien
bemoeie aanvoegende wijs bemoeien
bemoeiend onvoltooid deelwoord bemoeien
bemoeiende woordvorm bemoeien
bemoeit aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bemoeien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bemoeien zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bemoeien

Hoe spreek je bemoeien uit?
De uitspraak van bemoeien is: /bəˈmujə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bemoeien?
Bemoeien is een werkwoord. Het woord betekent: zich ~ met: zich inlaten met zaken waar men niets mee te maken heeft. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bemoeien?
Je vervoegt bemoeien als volgt: de tegenwoordige tijd is bemoei, de verleden tijd is bemoeide en het voltooid deelwoord is bemoeid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bemoeien?

Bemoeien rijmt op 12 woorden op -oeien; besnoeien, loeien en sproeien bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bemoeien, uitspraak bəˈmujən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
besnoeien 3
loeien 2
sproeien 2
vloeien 2
snoeien 2
verfoeien 3
stoeien 2
doeien 2
dubbelkoeien 4
koeien 2
markeringsboeien 5
volgroeien 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bemoeien is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. M 3
  4. O 1
  5. E 1
  6. I 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bemoeien levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. M 3
  4. O 1
  5. E 1
  6. I 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bemoeien in het kort

bemoeien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bemoeien zijn 60 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bemoeien bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bemoeien: zich ~ met: zich inlaten met zaken waar men niets mee te maken heeft
Deel bemoeien — standaardnederlands.nl