Naar de inhoud

besnoeien

in aantal doen verminderen, beperken

besnoeien

werkwoord /bəˈsnujə(n)/

Betekenis

  1. in aantal doen verminderen, beperken
  2. bomen en heggen snoeien

Hoe spreek je besnoeien uit?

/bəˈsnujən/

Besnoeien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈsnujən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
s sok
n nek
u boek
j ja
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van besnoeien

besnoeienhele werkwoord — besnoeideverleden tijd enkelvoud — besnoeidenverleden tijd meervoud — besnoeidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik besnoei besnoeide
jij besnoeit besnoeide
hij, zij, het besnoeit besnoeide
wij besnoeien besnoeiden
jullie besnoeien besnoeiden
zij besnoeien besnoeiden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
besnoei gebiedende wijs
besnoeid verleden tijd, deelwoord
besnoeid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
besnoeid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
besnoeid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
besnoeid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
besnoeid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
besnoeid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
besnoeid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
besnoeid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
besnoeid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
besnoeid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
besnoeide verleden tijd
besnoeie aanvoegende wijs
besnoeiend onvoltooid, deelwoord
er is besnoeid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was besnoeid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd besnoeid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt besnoeid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal besnoeid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal besnoeid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou besnoeid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou besnoeid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had besnoeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had besnoeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had besnoeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden besnoeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden besnoeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden besnoeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt besnoeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben besnoeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te besnoeien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben besnoeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen besnoeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart besnoeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren besnoeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren besnoeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren besnoeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was besnoeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was besnoeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was besnoeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd besnoeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd besnoeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd besnoeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden besnoeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden besnoeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden besnoeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt besnoeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word besnoeid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden besnoeid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden besnoeid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden besnoeid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt besnoeid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt besnoeid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal besnoeid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besnoeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal besnoeid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal besnoeid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besnoeid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal besnoeid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besnoeid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt besnoeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou besnoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besnoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besnoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou besnoeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besnoeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou besnoeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besnoeid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besnoeid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besnoeid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden besnoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden besnoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden besnoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besnoeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden besnoeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden besnoeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besnoeid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden besnoeid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden besnoeid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt besnoeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besnoeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besnoeid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen besnoeid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen besnoeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen besnoeid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besnoeid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen besnoeid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen besnoeid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besnoeid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen besnoeid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen besnoeid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besnoeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult besnoeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besnoeid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besnoeid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besnoeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van snoeien met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van besnoeien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
besnoei gebiedende wijs besnoeien
besnoeid voltooid deelwoord besnoeien
besnoeide verleden tijd besnoeien
besnoeiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon besnoeien
besnoeie aanvoegende wijs besnoeien
besnoeiend onvoltooid deelwoord besnoeien
besnoeiende woordvorm besnoeien
besnoeit aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon besnoeien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van besnoeien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over besnoeien

Hoe spreek je besnoeien uit?
De uitspraak van besnoeien is: /bəˈsnujə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent besnoeien?
Besnoeien is een werkwoord. Het woord betekent: in aantal doen verminderen, beperken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je besnoeien?
Je vervoegt besnoeien als volgt: de tegenwoordige tijd is besnoei, de verleden tijd is besnoeide en het voltooid deelwoord is besnoeid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op besnoeien?

In dit woordenboek rijmen 12 woorden op -oeien op besnoeien, zoals bemoeien, loeien en sproeien. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op besnoeien, uitspraak bəˈsnujən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bemoeien 3
loeien 2
sproeien 2
vloeien 2
snoeien 2
verfoeien 3
stoeien 2
doeien 2
dubbelkoeien 4
koeien 2
markeringsboeien 5
volgroeien 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord besnoeien is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. N 1
  5. O 1
  6. E 1
  7. I 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

besnoeien levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. N 1
  5. O 1
  6. E 1
  7. I 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

besnoeien in het kort

besnoeien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van besnoeien zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort besnoeien bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

besnoeien: in aantal doen verminderen, beperken
Deel besnoeien — standaardnederlands.nl