Naar de inhoud

sproeien

een vloestof in fijne druppeltjes op iets spuiten

sproeien

werkwoord ˈsprujə(n)

Betekenis

  1. een vloestof in fijne druppeltjes op iets spuiten

Hoe spreek je sproeien uit?

/ˈsprujən/

Sproeien bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsprujən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
p pak
r rood
u boek
j ja
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van sproeien

sproeienhele werkwoord — sproeideverleden tijd enkelvoud — sproeidenverleden tijd meervoud — gesproeidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sproei sproeide
jij sproeit sproeide
hij, zij, het sproeit sproeide
wij sproeien sproeiden
jullie sproeien sproeiden
zij sproeien sproeiden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesproeid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesproeid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesproeid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesproeid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesproeid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesproeid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesproeid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesproeid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesproeid verleden tijd, deelwoord
gesproeid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesproeid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesproeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesproeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesproeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesproeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesproeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesproeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesproeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesproeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesproeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesproeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesproeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesproeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesproeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesproeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesproeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sproei gebiedende wijs
sproeide verleden tijd
sproeie aanvoegende wijs
sproeiend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesproeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sproeien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sproeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesproeid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesproeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesproeid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sproeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sproeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sproeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesproeid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesproeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesproeid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sproeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sproeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sproeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesproeid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesproeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesproeid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sproeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sproeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sproeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesproeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sproeien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesproeid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesproeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesproeid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sproeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sproeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sproeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sproeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesproeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sproeien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘in fijne stralen uitstorten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1657

Woordfamilie van sproeien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesproeid voltooid deelwoord sproeien
gesproeide woordvorm sproeien
sproei gebiedende wijs sproeien
sproeide verleden tijd sproeien
sproeiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sproeien
sproeie aanvoegende wijs sproeien
sproeiend onvoltooid deelwoord sproeien
sproeiende woordvorm sproeien
sproeit aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sproeien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sproeien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over sproeien

Hoe spreek ik sproeien uit?
Zo spreek je sproeien uit: /ˈsprujə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van sproeien?
Sproeien is een werkwoord. De betekenis is: een vloestof in fijne druppeltjes op iets spuiten.
Hoe vervoeg ik sproeien?
Zo vervoeg je sproeien zo: de tegenwoordige tijd is sproei, de verleden tijd is sproeide en het voltooid deelwoord is gesproeid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op sproeien?

In dit woordenboek rijmen 12 woorden op -oeien op sproeien, zoals bemoeien, besnoeien en loeien. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op sproeien, uitspraak ˈsprujən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bemoeien 3
besnoeien 3
loeien 2
vloeien 2
snoeien 2
verfoeien 3
stoeien 2
doeien 2
dubbelkoeien 4
koeien 2
markeringsboeien 5
volgroeien 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sproeien is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. R 2
  4. O 1
  5. E 1
  6. I 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sproeien levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. R 2
  4. O 1
  5. E 1
  6. I 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sproeien in het kort

sproeien staat in dit woordenboek als werkwoord. Van sproeien staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort sproeien bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

sproeien: een vloestof in fijne druppeltjes op iets spuiten
Deel sproeien — standaardnederlands.nl