schut
zelfstandig naamwoord, werkwoord /sxɵt/Betekenis
- een houten afsluiting tegen water of wind
- een passage door een (schut)sluis
- voor ~ zetten belachelijk maken
Hoe spreek je schut uit?
/sxɵt/
Schut bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɵ | put |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schutjes | verkleinwoord, meervoud |
| schutten | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van schutten
- gebiedende wijs van schutten
Vervoeging van schut
schuthele werkwoord
Woordfamilie van schut
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schutje | verkleinwoord | schut |
| schutjes | verkleinwoord meervoud | schut |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schut zijn vastgelegd.