ronddragen
werkwoordBetekenis
- dragend in de rondte vervoeren
Vervoeging van ronddragen
ronddragenhele werkwoord — droeg rondverleden tijd enkelvoud — droegen rondverleden tijd meervoud — rondgedragenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | draag rond | droeg rond |
| jij | draagt rond | droeg rond |
| hij, zij, het | draagt rond | droeg rond |
| wij | dragen rond | droegen rond |
| jullie | dragen rond | droegen rond |
| zij | dragen rond | droegen rond |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| draag rond | gebiedende wijs |
| droeg rond | verleden tijd |
| er is rondgedragen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was rondgedragen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd rondgedragen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt rondgedragen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal rondgedragen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal rondgedragen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou rondgedragen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou rondgedragen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had rondgedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had rondgedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had rondgedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden rondgedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden rondgedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden rondgedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt rondgedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgedragen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rond te dragen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rond te zullen dragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rond zal dragen | bijzin, toekomende tijd |
| rond zou dragen | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zouden dragen | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zoudt dragen | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zullen dragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rond zullen dragen | bijzin, toekomende tijd |
| rond zult dragen | bijzin, toekomende tijd |
| ronddraag | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ronddraagt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ronddragend | onvoltooid, deelwoord |
| ronddroeg | bijzin, verleden tijd |
| ronddroegen | bijzin, verleden tijd |
| ronddroegt | bijzin, verleden tijd |
| rondgedragen | verleden tijd, deelwoord |
| rondgedragen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgedragen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgedragen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgedragen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgedragen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgedragen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgedragen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgedragen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgedragen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgedragen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben rondgedragen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ronddragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart rondgedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren rondgedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was rondgedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was rondgedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was rondgedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd rondgedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd rondgedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd rondgedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden rondgedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden rondgedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden rondgedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt rondgedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word rondgedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden rondgedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden rondgedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden rondgedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt rondgedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt rondgedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ronddragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ronddragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ronddragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ronddragen | bijzin, toekomende tijd |
| zal rondgedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal rondgedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rondgedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal rondgedragen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgedragen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt rondgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ronddragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ronddragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ronddragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ronddragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou rondgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rondgedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou rondgedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) ronddragen rond zou(dt) dragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ronddragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ronddragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ronddragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ronddragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden rondgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondgedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondgedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt ronddragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ronddragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt rondgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondgedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondgedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen ronddragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ronddragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ronddragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ronddragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ronddragen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen rondgedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondgedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondgedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgedragen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgedragen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgedragen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
Herkomst
samenstelling van rond en dragen
Woordfamilie van ronddragen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| draag rond | gebiedende wijs | ronddragen |
| draagt rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ronddragen |
| drage rond | woordvorm | ronddragen |
| dragen rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | ronddragen |
| droeg rond | verleden tijd | ronddragen |
| droegen rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ronddragen |
| ronddraag | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ronddragen |
| ronddraagt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ronddragen |
| ronddrage | with-subordinate-clause | ronddragen |
| ronddragend | onvoltooid deelwoord | ronddragen |
| ronddragende | woordvorm | ronddragen |
| ronddroeg | subordinate-clause, verleden tijd | ronddragen |
| ronddroegen | subordinate-clause, verleden tijd | ronddragen |
| rondgedragen | voltooid deelwoord | ronddragen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ronddragen zijn vastgelegd.