reguleren
werkwoordBetekenis
- aan oplegging van regels of besturing onderwerpen en het uitoefenen van toezicht op het uitvoeren hiervan
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van reguleren
regulerenhele werkwoord — reguleerdeverleden tijd enkelvoud — reguleerdenverleden tijd meervoud — gereguleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | reguleer | reguleerde |
| jij | reguleert | reguleerde |
| hij, zij, het | reguleert | reguleerde |
| wij | reguleren | reguleerden |
| jullie | reguleren | reguleerden |
| zij | reguleren | reguleerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gereguleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gereguleerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gereguleerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gereguleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gereguleerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gereguleerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gereguleerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gereguleerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gereguleerd | verleden tijd, deelwoord |
| gereguleerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereguleerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereguleerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereguleerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereguleerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereguleerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereguleerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereguleerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereguleerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereguleerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gereguleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gereguleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gereguleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gereguleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gereguleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gereguleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gereguleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereguleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| reguleer | gebiedende wijs |
| reguleerde | verleden tijd |
| regulere | aanvoegende wijs |
| regulerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gereguleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te reguleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen reguleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gereguleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereguleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gereguleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereguleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gereguleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gereguleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gereguleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gereguleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gereguleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gereguleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gereguleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gereguleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gereguleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gereguleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gereguleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gereguleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gereguleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gereguleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gereguleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gereguleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gereguleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereguleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gereguleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gereguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gereguleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereguleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gereguleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gereguleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereguleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereguleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gereguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gereguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereguleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereguleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereguleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gereguleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereguleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereguleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gereguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gereguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereguleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereguleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereguleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gereguleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereguleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gereguleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereguleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereguleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gereguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gereguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereguleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereguleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereguleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen reguleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gereguleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gereguleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gereguleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult reguleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘regelmatig maken’ voor het eerst aangetroffen in 1451
Woordfamilie van reguleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| reguleer | gebiedende wijs | reguleren |
| reguleerde | verleden tijd | reguleren |
| reguleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | reguleren |
| reguleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | reguleren |
| regulere | aanvoegende wijs | reguleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reguleren zijn vastgelegd.