pielen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpilə(n)Betekenis
- ingespannen bezig zijn
- snijden of hakken met een bot voorwerp
- onbeholpen bezig zijn
- variant van pijlen
Hoe spreek je pielen uit?
/ˈpilən/
Pielen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| i | riet |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van pielen
pielenhele werkwoord — pieldeverleden tijd enkelvoud — pieldenverleden tijd meervoud — gepieldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | piel | pielde |
| jij | pielt | pielde |
| hij, zij, het | pielt | pielde |
| wij | pielen | pielden |
| jullie | pielen | pielden |
| zij | pielen | pielden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gepield | verleden tijd, deelwoord |
| gepield te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepield zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepield | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepield | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepield | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepield | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepield | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepield | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepield | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepield | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepield | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| piel | gebiedende wijs |
| pielde | verleden tijd |
| piele | aanvoegende wijs |
| pielend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepield | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pielen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pielen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gepield hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepield hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepield hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal pielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gepield hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepield hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepield hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou pielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepield hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepield hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepield hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden pielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepield hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt pielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepield hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepield hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepield hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen pielen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepield hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult pielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord piel
Herkomst
[werkwoord 1-3] vergelijk pelen
Woordfamilie van pielen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepield | voltooid deelwoord | pielen |
| pielde | verleden tijd | pielen |
| pielden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | pielen |
| piele | aanvoegende wijs | pielen |
| pielend | onvoltooid deelwoord | pielen |
| pielende | woordvorm | pielen |
| pielt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | pielen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pielen zijn vastgelegd.