Naar de inhoud

percipiëren

waarnemen

percipiëren

werkwoord

Betekenis

  1. waarnemen

Vervoeging van percipiëren

percipiërenhele werkwoord — percipieerdeverleden tijd enkelvoud — percipieerdenverleden tijd meervoud — gepercipieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik percipieer percipieerde
jij percipieert percipieerde
hij, zij, het percipieert percipieerde
wij percipiëren percipieerden
jullie percipiëren percipieerden
zij percipiëren percipieerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepercipieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepercipieerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepercipieerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepercipieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepercipieerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepercipieerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepercipieerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepercipieerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepercipieerd verleden tijd, deelwoord
gepercipieerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepercipieerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepercipieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepercipieerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepercipieerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepercipieerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepercipieerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepercipieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepercipieerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepercipieerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepercipieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepercipieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepercipieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepercipieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepercipieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepercipieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepercipieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepercipieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
percipieer gebiedende wijs
percipieerde verleden tijd
percipiëre aanvoegende wijs
percipiërend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepercipieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te percipiëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen percipiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepercipieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepercipieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepercipieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepercipieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepercipieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepercipieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepercipieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepercipieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepercipieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepercipieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepercipieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepercipieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepercipieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepercipieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepercipieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepercipieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepercipieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepercipieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepercipieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepercipieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepercipieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepercipieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepercipieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepercipieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepercipieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepercipieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepercipieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepercipieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepercipieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepercipieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepercipieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepercipieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepercipieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepercipieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepercipieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepercipieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepercipieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepercipieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepercipieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepercipieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepercipieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepercipieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepercipieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepercipieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepercipieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepercipieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepercipieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepercipieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepercipieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepercipieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepercipieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepercipieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepercipieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepercipieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepercipieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepercipieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepercipieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepercipieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen percipiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepercipieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepercipieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepercipieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult percipiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘waarnemen, begrijpen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1592

Woordfamilie van percipiëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepercipieerd voltooid deelwoord percipiëren
percipieer gebiedende wijs percipiëren
percipieerde verleden tijd percipiëren
percipieerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon percipiëren
percipieert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon percipiëren
percipiëre aanvoegende wijs percipiëren
percipiërend onvoltooid deelwoord percipiëren
percipiërende woordvorm percipiëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van percipiëren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over percipiëren

Wat is de betekenis van percipiëren?
Percipiëren is een werkwoord. De betekenis is: waarnemen.
Hoe vervoeg ik percipiëren?
Zo vervoeg je percipiëren zo: de tegenwoordige tijd is percipieer, de verleden tijd is percipieerde en het voltooid deelwoord is gepercipieerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord percipiëren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. E 1
  3. R 2
  4. C 5
  5. I 1
  6. P 3
  7. I 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

percipiëren levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. C 5
  5. I 2
  6. P 4
  7. I 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 zonder bonus
  13. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

percipiëren in het kort

percipiëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van percipiëren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort percipiëren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

percipiëren: waarnemen
Deel percipiëren — standaardnederlands.nl