| - |
impersonal, passief
|
| ben gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is gepeild |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gepeild |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gepeild |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gepeild |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gepeild worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gepeild zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gepeild worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gepeild zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gepeild |
verleden tijd, deelwoord
|
| gepeild te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gepeild te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gepeild te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gepeild te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gepeild te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gepeild worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gepeild zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gepeild zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gepeild zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gepeild zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gepeild |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gepeild |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gepeild |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gepeild |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gepeild |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gepeild |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gepeild |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gepeild |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| peil |
gebiedende wijs
|
| peilde |
verleden tijd
|
| peile |
aanvoegende wijs
|
| peilend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben gepeild |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te peilen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen peilen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart gepeild |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gepeild |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren gepeild |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gepeild |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gepeild |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was gepeild |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was gepeild |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gepeild |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd gepeild |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd gepeild |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden gepeild |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden gepeild |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden gepeild |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt gepeild |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word gepeild |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden gepeild |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden gepeild |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden gepeild |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gepeild |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt gepeild |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal gepeild hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gepeild hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gepeild hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gepeild worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gepeild worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gepeild zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gepeild zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt gepeild |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou gepeild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gepeild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gepeild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gepeild worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gepeild worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gepeild worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gepeild zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gepeild zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gepeild zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gepeild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gepeild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gepeild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gepeild worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden gepeild worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden gepeild worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gepeild zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gepeild zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gepeild zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gepeild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gepeild worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gepeild zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gepeild hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gepeild hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gepeild hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gepeild worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen gepeild worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen gepeild worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gepeild zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gepeild zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gepeild zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen peilen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gepeild hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gepeild worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gepeild zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult peilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|