pakbon
zelfstandig naamwoord ˈpɑɡbɔnBetekenis
- document dat met een zending wordt meegestuurd en aangeeft waaruit die bestaat
- (bij producten die verpakt verhandeld worden) papiertje met informatie waar, wanneer of door wie een product is ingepakt
Hoe spreek je pakbon uit?
/ˈpɑgbɔn/
Pakbon bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| g | goal |
| b | bak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- papiertje met informatie waar, wanneer of door wie een product is ingepakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pakbonnen | meervoud |
| pakbons | meervoud |
Herkomst
samenstelling van pak zn en bon zn
Woordfamilie van pakbon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pakbonnen | meervoud | pakbon |
| pakbons | meervoud | pakbon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pakbon zijn vastgelegd.