Naar de inhoud

overschrijden

de overzijde van een grens betreden

overschrijden

werkwoord

Betekenis

  1. de overzijde van een grens betreden

Vervoeging van overschrijden

overschrijdenhele werkwoord — overschreedverleden tijd enkelvoud — overschredenverleden tijd meervoud — overschredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overschrijd overschreed
jij overschrijdt overschreed
hij, zij, het overschrijdt overschreed
wij overschrijden overschreden
jullie overschrijden overschreden
zij overschrijden overschreden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overschreden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overschreden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overschreden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overschreden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overschreden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overschreden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overschreden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overschreden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overschreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overschreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overschreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overschreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overschreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overschreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overschreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overschreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overschreden verleden tijd, deelwoord
overschreden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overschreden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overschreden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overschreden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overschreden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overschreden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overschreden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overschreden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overschreden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overschreden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overschreed verleden tijd
overschrijd gebiedende wijs
overschrijde aanvoegende wijs
overschrijdend onvoltooid, deelwoord
te hebben overschreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overschrijden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overschrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overschreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overschreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overschreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overschreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overschreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overschreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overschreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overschreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overschreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overschreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overschreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overschreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overschreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overschreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overschreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overschreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overschreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overschreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overschreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overschreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overschreden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overschreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overschreden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overschreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overschreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overschreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overschreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overschreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overschreden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overschreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overschreden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overschreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overschreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overschreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden overschreden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overschreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overschreden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overschreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overschreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overschreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt overschreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overschreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overschreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen overschreden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overschreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overschreden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overschreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overschreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overschreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overschreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overschreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overschreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overschrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult overschreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overschreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overschreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overschrijden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van over en schrijden

Woordfamilie van overschrijden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overschreden voltooid deelwoord overschrijden
overschreed verleden tijd overschrijden
overschrijd gebiedende wijs overschrijden
overschrijde aanvoegende wijs overschrijden
overschrijdend onvoltooid deelwoord overschrijden
overschrijdende woordvorm overschrijden
overschrijdt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overschrijden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overschrijden zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over overschrijden

Wat is de betekenis van overschrijden?
Overschrijden is een werkwoord. De betekenis is: de overzijde van een grens betreden.
Hoe vervoeg ik overschrijden?
Zo vervoeg je overschrijden zo: de tegenwoordige tijd is overschrijd, de verleden tijd is overschreed en het voltooid deelwoord is overschreden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overschrijden is 30 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. R 2
  9. I 1
  10. J 4
  11. D 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 30 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overschrijden levert met Wordfeud minimaal 31 en maximaal 123 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. R 2
  9. I 2
  10. J 4
  11. D 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 31 zonder bonus
  15. 123 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overschrijden in het kort

overschrijden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van overschrijden staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overschrijden bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overschrijden: de overzijde van een grens betreden
Deel overschrijden — standaardnederlands.nl