overlaat
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een stuw, of het laagste gedeelte van een waterkering, waar het water bij een bepaalde waterhoogte overheen kan stromen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overlaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overlaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| overlaten | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overlaten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overlaten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overlaten
Vervoeging van overlaat
overlaathele werkwoord
Herkomst
samenstelling van over en laat
Woordfamilie van overlaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overlaatje | verkleinwoord | overlaat |
| overlaatjes | verkleinwoord meervoud | overlaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overlaat zijn vastgelegd.