moeder
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈmudərBetekenis
- een vrouwelijke ouder
- persoon of zaak die op een moeder lijkt omdat dit het oorspronkelijk voortbrengende is bijv. moederbedrijf
- het oudste en belangrijkste element van een verzameling
Hoe spreek je moeder uit?
/ˈmudər/
Moeder bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| u | boek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- vrouwelijke ouder
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| moeders | meervoud |
| moedertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| moedertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moederen
- gebiedende wijs van moederen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moederen
Vervoeging van moeder
moederhele werkwoord
Herkomst
erfwoord, in de betekenis van ‘vrouw met kinderen’ aangetroffen vanaf 901
Woordfamilie van moeder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| moedertje | verkleinwoord | moeder |
| moedertjes | verkleinwoord meervoud | moeder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van moeder zijn vastgelegd.