moederkoek
zelfstandig naamwoord /ˈmudər.kuk/Betekenis
- orgaan bestaande uit baarmoederslijmvlies en embryoblaasje dat zorgt voor de uitwisseling van voedingsstoffen, zuurstof en afvalstoffen tussen moeder en ongeboren kind
Hoe spreek je moederkoek uit?
/ˈmudərkuk/
Moederkoek bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| u | boek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| moederkoeken | meervoud |
Herkomst
Leenvertaling van Duits Mutterkuchen (als vertaling van Latijn placenta). In de betekenis van ‘nageboorte’ voor het eerst aangetroffen in 1770.
Woordfamilie van moederkoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| moederkoeken | meervoud | moederkoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van moederkoek zijn vastgelegd.