poeder
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈpudərBetekenis
- een fijn verdeelde vaste stof
Hoe spreek je poeder uit?
/ˈpudər/
Poeder bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| u | boek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| poeders | meervoud |
| poedertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| poedertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poederen
- gebiedende wijs van poederen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poederen
Vervoeging van poeder
poederhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gruis’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Woordfamilie van poeder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| poeders | meervoud | poeder |
| poedertje | verkleinwoord | poeder |
| poedertjes | verkleinwoord meervoud | poeder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poeder zijn vastgelegd.