lekenbroeder
zelfstandig naamwoord ˈlekə(n)ˌbrudərBetekenis
- (rooms-katholiek) monnik die wel geloften heeft afgelegd maar niet tot priester is gewijd, in een klooster vaak belast met ondersteunende praktische werkzaamheden
Hoe spreek je lekenbroeder uit?
/ˈlekənˌbrudər/
Lekenbroeder bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| b | bak |
| r | rood |
| u | boek |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- monnik die wel geloften heeft afgelegd maar niet tot priester is gewijd, in een klooster vaak belast met ondersteunende praktische werkzaamheden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lekenbroeders | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands leecbroeder, op te vaten als samenstelling van leek zn en broeder zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van lekenbroeder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lekenbroeders | meervoud | lekenbroeder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lekenbroeder zijn vastgelegd.