betovergrootmoeder
zelfstandig naamwoord ˈbɛtovərɣrotˌmudərBetekenis
- de moeder van één van je overgrootouders
Hoe spreek je betovergrootmoeder uit?
/ˈbɛtovərxrotˌmudər/
Betovergrootmoeder bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| x | acht |
| m | maan |
| u | boek |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- moeder van een overgrootouder
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| betovergrootmoeders | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘moeder van iemands overgrootouder’ voor het eerst aangetroffen in 1763
Woordfamilie van betovergrootmoeder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| betovergrootmoeders | meervoud | betovergrootmoeder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betovergrootmoeder zijn vastgelegd.