vader
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈvadərBetekenis
- een mannelijke ouder
- een man binnen een gemeenschap wiens toewijding allen binnen die gemeenschap dient
- beschermer
- God
Hoe spreek je vader uit?
/ˈvadər/
Vader bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vaders | meervoud |
| vadertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vadertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vaderen
- gebiedende wijs van vaderen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vaderen
Vervoeging van vader
vaderhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘verwekker’ voor het eerst aangetroffen in 776
Woordfamilie van vader
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vadertje | verkleinwoord | vader |
| vadertjes | verkleinwoord meervoud | vader |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vader zijn vastgelegd.