vermanen
werkwoord /vərˈmanə(n)/Betekenis
- toespreken om gedrag te beïnvloeden, moreel aanspreken op gedrag
- onder de aandacht brengen of eisen van (met een voorwerp in de genitief)
Hoe spreek je vermanen uit?
/vərˈmanən/
Vermanen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| m | maan |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vermanen
vermanenhele werkwoord — vermaandeverleden tijd enkelvoud — vermaandenverleden tijd meervoud — vermaandvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vermaan | vermaande |
| jij | vermaant | vermaande |
| hij, zij, het | vermaant | vermaande |
| wij | vermanen | vermaanden |
| jullie | vermanen | vermaanden |
| zij | vermanen | vermaanden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is vermaand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vermaand | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vermaand | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vermaand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vermaand worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vermaand zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vermaand worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vermaand zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vermaand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vermaand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vermaand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vermaand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vermaand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vermaand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vermaand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vermaand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vermaand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vermaand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vermaand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vermaand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vermaand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vermaand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vermaand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vermaand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vermanen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vermanen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermaan | gebiedende wijs |
| vermaand | verleden tijd, deelwoord |
| vermaand te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermaand zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vermaande | verleden tijd |
| vermane | aanvoegende wijs |
| vermanend | onvoltooid, deelwoord |
| zal vermaand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vermaand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vermaand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou vermaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vermaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vermaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vermaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vermaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vermaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vermaand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vermaand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vermaand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vermaand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vermanen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vermaand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vermanen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands vermanen; op te vatten als afgeleid van manen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vermanen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vermaand | voltooid deelwoord | vermanen |
| vermaande | verleden tijd | vermanen |
| vermaanden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vermanen |
| vermaant | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vermanen |
| vermane | aanvoegende wijs | vermanen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vermanen zijn vastgelegd.