paardenhaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de haren van een paard, met name de haren van de paardenstaart
- stofnaam wat van paardenhaar is gemaakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paardenhaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| paardenhaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| paardenharen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van paard zn en haar en met het invoegsel -en-
Woordfamilie van paardenhaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paardenhaartje | verkleinwoord | paardenhaar |
| paardenhaartjes | verkleinwoord meervoud | paardenhaar |
| paardenharen | meervoud | paardenhaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paardenhaar zijn vastgelegd.