logica
zelfstandig naamwoord ˈloɣiˌkaBetekenis
- de wetenschap die zich bezighoudt met de formele regels van het denken. Traditioneel wordt de logica door de filosofie bestudeerd, maar het wordt ook tot de wiskunde gerekend
Hoe spreek je logica uit?
/ˈloxiˌka/
Logica bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| o | boot |
| x | acht |
| i | riet |
| k | kat |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- tak van de wetenschap die zich bezighoudt met de formele regels van het denken, traditioneel als onderdeel van de filosofie maar ook wel van de wiskunde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| logica's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘leer van de wetten van het denken’ voor het eerst aangetroffen in 1500
Woordfamilie van logica
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| logica's | meervoud | logica |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van logica zijn vastgelegd.