axioma
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een basisbegrip dat zonder bewijs aangenomen moet worden
- axioma
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| axioma's | meervoud |
| axiomaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| axiomaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| axiomata | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘onbewezen maar als grondslag aanvaarde stelling’ voor het eerst aangetroffen in 1654
Woordfamilie van axioma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| axioma's | meervoud | axioma |
| axiomaatje | verkleinwoord | axioma |
| axiomaatjes | verkleinwoord meervoud | axioma |
| axiomata | meervoud | axioma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van axioma zijn vastgelegd.