logenstraffen
werkwoord ˈloɣə(n)ˌstrɑfə(n)Betekenis
- de onwaarheid of onjuistheid aantonen van iets
Hoe spreek je logenstraffen uit?
/ˈloxənˌstrɑfən/
Logenstraffen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| o | boot |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van logenstraffen
logenstraffenhele werkwoord — logenstrafteverleden tijd enkelvoud — logenstraftenverleden tijd meervoud — gelogenstraftvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | logenstraf | logenstrafte |
| jij | logenstraft | logenstrafte |
| hij, zij, het | logenstraft | logenstrafte |
| wij | logenstraffen | logenstraften |
| jullie | logenstraffen | logenstraften |
| zij | logenstraffen | logenstraften |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelogenstraft | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelogenstraft | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelogenstraft | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelogenstraft | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelogenstraft worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelogenstraft zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelogenstraft worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelogenstraft zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelogenstraft | verleden tijd, deelwoord |
| gelogenstraft te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelogenstraft te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelogenstraft te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelogenstraft te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelogenstraft te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelogenstraft worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelogenstraft zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelogenstraft zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelogenstraft zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelogenstraft zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelogenstraft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| logenstraf | gebiedende wijs |
| logenstraffe | aanvoegende wijs |
| logenstraffend | onvoltooid, deelwoord |
| logenstrafte | verleden tijd |
| te hebben gelogenstraft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te logenstraffen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen logenstraffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelogenstraft | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelogenstraft | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelogenstraft | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelogenstraft | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelogenstraft | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelogenstraft | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelogenstraft | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelogenstraft | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelogenstraft | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelogenstraft | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelogenstraft | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelogenstraft | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelogenstraft | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelogenstraft | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelogenstraft hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelogenstraft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelogenstraft hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelogenstraft worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelogenstraft worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelogenstraft zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelogenstraft zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelogenstraft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelogenstraft hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelogenstraft hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelogenstraft hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelogenstraft worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelogenstraft worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelogenstraft worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelogenstraft zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelogenstraft zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelogenstraft zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelogenstraft hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelogenstraft hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelogenstraft hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelogenstraft worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelogenstraft worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelogenstraft worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelogenstraft zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelogenstraft zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelogenstraft zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelogenstraft hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelogenstraft worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelogenstraft zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelogenstraft hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelogenstraft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelogenstraft hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelogenstraft worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelogenstraft worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelogenstraft worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelogenstraft zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelogenstraft zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelogenstraft zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen logenstraffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelogenstraft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelogenstraft worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelogenstraft zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult logenstraffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘onwaarheid doen blijken’ voor het eerst aangetroffen in 1588
Woordfamilie van logenstraffen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelogenstraft | voltooid deelwoord | logenstraffen |
| gelogenstrafte | woordvorm | logenstraffen |
| logenstraf | gebiedende wijs | logenstraffen |
| logenstraffe | aanvoegende wijs | logenstraffen |
| logenstraffend | onvoltooid deelwoord | logenstraffen |
| logenstraffende | woordvorm | logenstraffen |
| logenstraft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | logenstraffen |
| logenstrafte | verleden tijd | logenstraffen |
| logenstraften | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | logenstraffen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van logenstraffen zijn vastgelegd.