logen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- langdurig blootstellen aan een bijtende vloeistof
Vervoeging van logen
logenhele werkwoord — loogdeverleden tijd enkelvoud — loogdenverleden tijd meervoud — geloogdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | loog | loogde |
| jij | loogt | loogde |
| hij, zij, het | loogt | loogde |
| wij | logen | loogden |
| jullie | logen | loogden |
| zij | logen | loogden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geloogd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geloogd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geloogd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geloogd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geloogd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geloogd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geloogd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geloogd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geloogd | verleden tijd, deelwoord |
| geloogd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geloogd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geloogd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geloogd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geloogd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geloogd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geloogd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geloogd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geloogd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geloogd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geloogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geloogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geloogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geloogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geloogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geloogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geloogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geloogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| loge | aanvoegende wijs |
| logend | onvoltooid, deelwoord |
| loog | gebiedende wijs |
| loogde | verleden tijd |
| te hebben geloogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te logen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen logen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geloogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geloogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geloogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geloogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geloogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geloogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geloogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geloogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geloogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geloogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geloogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geloogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geloogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geloogd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geloogd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geloogd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geloogd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geloogd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen logen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geloogd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van liegen
Vervoeging van logen
logenhele werkwoord — loogdeverleden tijd enkelvoud — loogdenverleden tijd meervoud — geloogdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | loog | loogde |
| jij | loogt | loogde |
| hij, zij, het | loogt | loogde |
| wij | logen | loogden |
| jullie | logen | loogden |
| zij | logen | loogden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geloogd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geloogd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geloogd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geloogd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geloogd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geloogd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geloogd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geloogd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geloogd | verleden tijd, deelwoord |
| geloogd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geloogd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geloogd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geloogd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geloogd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geloogd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geloogd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geloogd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geloogd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geloogd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geloogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geloogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geloogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geloogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geloogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geloogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geloogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geloogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| loge | aanvoegende wijs |
| logend | onvoltooid, deelwoord |
| loog | gebiedende wijs |
| loogde | verleden tijd |
| te hebben geloogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te logen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen logen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geloogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geloogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geloogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geloogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geloogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geloogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geloogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geloogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geloogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geloogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geloogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geloogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geloogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geloogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geloogd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geloogd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geloogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geloogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geloogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt logen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geloogd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geloogd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geloogd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen logen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geloogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geloogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geloogd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult logen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord loog
Woordfamilie van logen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geloogd | voltooid deelwoord | logen |
| geloogde | woordvorm | logen |
| logend | onvoltooid deelwoord | logen |
| logende | woordvorm | logen |
| loogde | verleden tijd | logen |
| loogden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | logen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van logen zijn vastgelegd.