Naar de inhoud

maffen

in toestand verkeren waarbij de ademhaling dieper en trager verloopt, en de hartslag trager, en er minder energie wordt gebruikt

maffen

werkwoord ˈmɑfə(n)

Betekenis

  1. in toestand verkeren waarbij de ademhaling dieper en trager verloopt, en de hartslag trager, en er minder energie wordt gebruikt

Hoe spreek je maffen uit?

/ˈmɑfən/

Maffen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmɑfən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
ɑ bad
f fiets
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van maffen

maffenhele werkwoord — mafteverleden tijd enkelvoud — maftenverleden tijd meervoud — gemaftvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maf mafte
jij maft mafte
hij, zij, het maft mafte
wij maffen maften
jullie maffen maften
zij maffen maften
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gemaft impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemaft impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemaft impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemaft impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemaft worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemaft zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemaft worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemaft zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemaft verleden tijd, deelwoord
gemaft te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemaft zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemaft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemaft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemaft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemaft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemaft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemaft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemaft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemaft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemaft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maf gebiedende wijs
maffe aanvoegende wijs
maffend onvoltooid, deelwoord
mafte verleden tijd
te hebben gemaft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te maffen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen maffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemaft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemaft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemaft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal maffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal maffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal maffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemaft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemaft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemaft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou maffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou maffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou maffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemaft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemaft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemaft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden maffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden maffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden maffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemaft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt maffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemaft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemaft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemaft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen maffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen maffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen maffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen maffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemaft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult maffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘slapen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1899

Woordfamilie van maffen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemaft voltooid deelwoord maffen
maffend onvoltooid deelwoord maffen
maffende woordvorm maffen
maft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon maffen
mafte verleden tijd maffen
maften aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon maffen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maffen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over maffen

Hoe spreek je maffen uit?
De uitspraak van maffen is: /ˈmɑfə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent maffen?
Maffen is een werkwoord. Het woord betekent: in toestand verkeren waarbij de ademhaling dieper en trager verloopt, en de hartslag trager, en er minder energie wordt gebruikt.
Hoe vervoeg je maffen?
Je vervoegt maffen als volgt: de tegenwoordige tijd is maf, de verleden tijd is mafte en het voltooid deelwoord is gemaft. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op maffen?

Maffen rijmt op 10 woorden op -affen; blaffen, straffen en bestraffen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op maffen, uitspraak ˈmɑfən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
blaffen 2
straffen 2
bestraffen 3
verschaffen 3
logenstraffen 4
taffen 2
baffen 2
giraffen 3
pardaffen 3
resjaffen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord maffen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. A 1
  3. F 4
  4. F 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

maffen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. A 1
  3. F 4
  4. F 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

maffen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

maffen in het kort

maffen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van maffen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort maffen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

maffen: in toestand verkeren waarbij de ademhaling dieper en trager verloopt, en de hartslag trager, en er minder energie wordt gebruikt
Deel maffen — standaardnederlands.nl