Naar de inhoud

spoken

rondwaren, dolen als een spook

spoken is meer dan één woord

spoken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈspokə(n)

Betekenis

  1. rondwaren, dolen als een spook
  2. door spoken bezocht worden

Hoe spreek je spoken uit?

/ˈspokən/

Spoken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈspokən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
p pak
o boot
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. stormen of onweren impersonal, intransitive

Vervoeging van spoken

spokenhele werkwoord — spookteverleden tijd enkelvoud — spooktenverleden tijd meervoud — gespooktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spook spookte
jij spookt spookte
hij, zij, het spookt spookte
wij spoken spookten
jullie spoken spookten
zij spoken spookten
Alle 58 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gespookt verleden tijd, deelwoord
gespookt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespookt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespookt verleden tijd, deelwoord
heeft gespookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spoke aanvoegende wijs
spokend onvoltooid, deelwoord
spook gebiedende wijs
spookt tegenwoordige tijd
spookte verleden tijd
te hebben gespookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te spoken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen spoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gespookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal spoken toekomende tijd
zal spoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal spoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal spoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gespookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou spoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou spoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou spoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden spoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden spoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden spoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt spoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen spoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen spoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen spoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen spoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult spoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord spook

Woordfamilie van spoken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gespookt voltooid deelwoord spoken
spoke aanvoegende wijs spoken
spokend onvoltooid deelwoord spoken
spokende woordvorm spoken
spookt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon spoken
spookte verleden tijd spoken
spookten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon spoken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spoken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over spoken

Hoe spreek je spoken uit?
De uitspraak van spoken is: /ˈspokə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent spoken?
Spoken is een werkwoord. Het woord betekent: rondwaren, dolen als een spook. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je spoken?
Je vervoegt spoken als volgt: de tegenwoordige tijd is spook, de verleden tijd is spookte en het voltooid deelwoord is gespookt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op spoken?

Spoken rijmt op 16 woorden op -oken; koken, roken en aangestoken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op spoken, uitspraak ˈspokən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
koken 2
roken 2
aangestoken 4
joken 2
ongebroken 4
bestoken 3
karaoken 4
aangebroken 4
aangesproken 4
beloken 3
doorgestoken 4
gebroken 3
geroken 3
knoken 2
sproken 2
uitgesproken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord spoken is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. O 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

spoken levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. O 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

spoken telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

spoken in het kort

spoken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van spoken zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort spoken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

spoken: rondwaren, dolen als een spook
Deel spoken — standaardnederlands.nl