kookplaat
zelfstandig naamwoord ˈkokplatBetekenis
- (elektrisch) kooktoestel dat speciaal is gemaakt om te koken en dus niet een kachel waarop ook gekookt kan worden
Hoe spreek je kookplaat uit?
/ˈkokplat/
Kookplaat bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| p | pak |
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- kooktoestel dat speciaal is gemaakt om te koken en dus niet een kachel waarop ook gekookt kan worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kookplaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kookplaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| kookplaten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘elektrisch kooktoestel’ voor het eerst aangetroffen in 1933
Woordfamilie van kookplaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kookplaatje | verkleinwoord | kookplaat |
| kookplaatjes | verkleinwoord meervoud | kookplaat |
| kookplaten | meervoud | kookplaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kookplaat zijn vastgelegd.