Naar de inhoud

kokkeren

een geluid maken zoals de fazanthaan doet bij het opvliegen

kokkeren

werkwoord

Betekenis

  1. een geluid maken zoals de fazanthaan doet bij het opvliegen
  2. kokhalzen
  3. voor kok spelen

Vervoeging van kokkeren

kokkerenhele werkwoord — kokkerdeverleden tijd enkelvoud — kokkerdenverleden tijd meervoud — gekokkerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kokker kokkerde
jij kokkert kokkerde
hij, zij, het kokkert kokkerde
wij kokkeren kokkerden
jullie kokkeren kokkerden
zij kokkeren kokkerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gekokkerd verleden tijd, deelwoord
gekokkerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekokkerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekokkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekokkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekokkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekokkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekokkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekokkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekokkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekokkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekokkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekokkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekokkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekokkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekokkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekokkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekokkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kokker gebiedende wijs
kokkerde verleden tijd
kokkere aanvoegende wijs
kokkerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekokkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kokkeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kokkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekokkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekokkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekokkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekokkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekokkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekokkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekokkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekokkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekokkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekokkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekokkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekokkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekokkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kokkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekokkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kokkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

[1] onomatopee

Woordfamilie van kokkeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekokkerd voltooid deelwoord kokkeren
kokker gebiedende wijs kokkeren
kokkerde verleden tijd kokkeren
kokkerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kokkeren
kokkere aanvoegende wijs kokkeren
kokkerend onvoltooid deelwoord kokkeren
kokkerende woordvorm kokkeren
kokkert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kokkeren
kokkers meervoud kokker

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kokkeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kokkeren

Wat betekent kokkeren?
Kokkeren is een werkwoord. Het woord betekent: een geluid maken zoals de fazanthaan doet bij het opvliegen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je kokkeren?
Je vervoegt kokkeren als volgt: de tegenwoordige tijd is kokker, de verleden tijd is kokkerde en het voltooid deelwoord is gekokkerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kokkeren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. O 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kokkeren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. O 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kokkeren in het kort

kokkeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van kokkeren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kokkeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kokkeren: een geluid maken zoals de fazanthaan doet bij het opvliegen
Deel kokkeren — standaardnederlands.nl