Naar de inhoud

bestoken

lastig vallen

bestoken

werkwoord bəˈstokə(n)

Betekenis

  1. lastig vallen
  2. beschieten

Hoe spreek je bestoken uit?

/bəˈstokən/

Bestoken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈstokən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
s sok
t tak
o boot
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. met projectielen proberen te raken transitive
  2. verbaal lastigvallen figuratively, transitive

Vervoeging van bestoken

bestokenhele werkwoord — bestookteverleden tijd enkelvoud — bestooktenverleden tijd meervoud — bestooktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bestook bestookte
jij bestookt bestookte
hij, zij, het bestookt bestookte
wij bestoken bestookten
jullie bestoken bestookten
zij bestoken bestookten
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[A] bestoken canonical
ben bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bestoke aanvoegende wijs
bestokend onvoltooid, deelwoord
bestook gebiedende wijs
bestookt verleden tijd, deelwoord
bestookt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bestookt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bestookt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestookt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestookt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestookt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bestookt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bestookt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestookt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestookt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestookte verleden tijd
er is bestookt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bestookt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bestookt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bestookt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bestookt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bestookt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bestookt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bestookt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bestookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bestookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bestookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bestookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bestoken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bestookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bestoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bestookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bestookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bestookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bestookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bestookt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bestookt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bestookt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bestookt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bestookt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bestookt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bestookt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestookt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bestoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestookt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bestookt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bestookt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestookt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van besteken

Vervoeging van bestoken

bestokenhele werkwoord — bestookteverleden tijd enkelvoud — bestooktenverleden tijd meervoud — bestooktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bestook bestookte
jij bestookt bestookte
hij, zij, het bestookt bestookte
wij bestoken bestookten
jullie bestoken bestookten
zij bestoken bestookten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bestoke aanvoegende wijs
bestokend onvoltooid, deelwoord
bestook gebiedende wijs
bestookt verleden tijd, deelwoord
bestookt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bestookt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bestookt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestookt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestookt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestookt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bestookt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bestookt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestookt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestookt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestookte verleden tijd
er is bestookt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bestookt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bestookt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bestookt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bestookt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bestookt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bestookt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bestookt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bestookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bestookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bestookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bestookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bestoken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bestookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bestoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bestookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bestookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bestookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bestookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bestookt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bestookt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bestookt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bestookt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bestookt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bestookt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bestookt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bestookt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestookt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bestoken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestookt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bestoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestookt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bestookt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bestookt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bestoken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bestookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestookt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestookt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van bestoken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bestoke aanvoegende wijs bestoken
bestokend onvoltooid deelwoord bestoken
bestokende woordvorm bestoken
bestook gebiedende wijs bestoken
bestookten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bestoken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestoken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bestoken

Hoe spreek je bestoken uit?
De uitspraak van bestoken is: /bəˈstokə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bestoken?
Bestoken is een werkwoord. Het woord betekent: lastig vallen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bestoken?
Je vervoegt bestoken als volgt: de tegenwoordige tijd is bestook, de verleden tijd is bestookte en het voltooid deelwoord is bestookt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bestoken?

In dit woordenboek rijmen 16 woorden op -oken op bestoken, zoals koken, roken en aangestoken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bestoken, uitspraak bəˈstokən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
koken 2
roken 2
aangestoken 4
spoken 2
joken 2
ongebroken 4
karaoken 4
aangebroken 4
aangesproken 4
beloken 3
doorgestoken 4
gebroken 3
geroken 3
knoken 2
sproken 2
uitgesproken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bestoken is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bestoken levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bestoken in het kort

bestoken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bestoken zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bestoken bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bestoken: lastig vallen
Deel bestoken — standaardnederlands.nl