joken
werkwoord /ˈjokə(n)/Betekenis
- door een prikkelend gevoel in de huid de neiging tot krabben of wrijven oproepen
- haast voelbaar verlangen
- (met meewerkend voorwerp) de neiging tot reageren oproepen bij
- grapjes maken
Hoe spreek je joken uit?
/ˈjokən/
Joken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| o | boot |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- de neiging tot reageren oproepen bij figuratively, obsolete, unergative
Vervoeging van joken
jokenhele werkwoord — gejooktvoltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gejookt | verleden tijd, deelwoord |
| jookte | verleden tijd |
Vervoeging van joken
jokenhele werkwoord — gejoketvoltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gejoket | verleden tijd, deelwoord |
| jokete | verleden tijd |
Herkomst
werkwoord: van Middelnederlands joken
werkwoord: van Engels to joke
Woordfamilie van joken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gejookt | voltooid deelwoord | joken |
| jokend | woordvorm | joken |
| jokende | woordvorm | joken |
| jook | woordvorm | joken |
| jookt | woordvorm | joken |
| jookte | verleden tijd | joken |
| jookten | woordvorm | joken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van joken zijn vastgelegd.