grijpen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɣrɛipə(n)Betekenis
- plotseling iets of iemand beetpakken
- met kracht iets pakken
- emotioneel ergens door geraakt worden
Hoe spreek je grijpen uit?
/ˈxrɛipən/
Grijpen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- naast grijpen: iets missen, iets niet te pakken kunnen krijgen
Vervoeging van grijpen
grijpenhele werkwoord — greepverleden tijd enkelvoud — grepenverleden tijd meervoud — gegrepenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | grijp | greep |
| jij | grijpt | greep |
| hij, zij, het | grijpt | greep |
| wij | grijpen | grepen |
| jullie | grijpen | grepen |
| zij | grijpen | grepen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gegrepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gegrepen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gegrepen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gegrepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gegrepen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gegrepen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gegrepen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gegrepen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gegrepen | verleden tijd, deelwoord |
| gegrepen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegrepen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegrepen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegrepen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegrepen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegrepen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegrepen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegrepen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegrepen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegrepen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| greep | verleden tijd |
| grijp | gebiedende wijs |
| grijpe | aanvoegende wijs |
| grijpend | onvoltooid, deelwoord |
| had gegrepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegrepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegrepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegrepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegrepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegrepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegrepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegrepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te grijpen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegrepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen grijpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gegrepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegrepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gegrepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegrepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gegrepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gegrepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gegrepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gegrepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gegrepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gegrepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gegrepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gegrepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gegrepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gegrepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegrepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegrepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gegrepen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegrepen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gegrepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegrepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegrepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegrepen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegrepen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegrepen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen grijpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gegrepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gegrepen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult grijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord grijp
Herkomst
In de betekenis van ‘pakken’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van grijpen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gegrepen | voltooid deelwoord | grijpen |
| greept | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | grijpen |
| grijpe | aanvoegende wijs | grijpen |
| grijpt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | grijpen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grijpen zijn vastgelegd.