Naar de inhoud

grijpen

plotseling iets of iemand beetpakken

grijpen is meer dan één woord

grijpen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɣrɛipə(n)

Betekenis

  1. plotseling iets of iemand beetpakken
  2. met kracht iets pakken
  3. emotioneel ergens door geraakt worden

Hoe spreek je grijpen uit?

/ˈxrɛipən/

Grijpen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈxrɛipən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
r rood
ɛi trein
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. naast grijpen: iets missen, iets niet te pakken kunnen krijgen

Vervoeging van grijpen

grijpenhele werkwoord — greepverleden tijd enkelvoud — grepenverleden tijd meervoud — gegrepenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik grijp greep
jij grijpt greep
hij, zij, het grijpt greep
wij grijpen grepen
jullie grijpen grepen
zij grijpen grepen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gegrepen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegrepen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegrepen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegrepen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegrepen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegrepen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegrepen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegrepen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegrepen verleden tijd, deelwoord
gegrepen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegrepen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegrepen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegrepen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegrepen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegrepen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegrepen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegrepen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegrepen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegrepen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
greep verleden tijd
grijp gebiedende wijs
grijpe aanvoegende wijs
grijpend onvoltooid, deelwoord
had gegrepen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegrepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegrepen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegrepen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegrepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegrepen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegrepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegrepen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te grijpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegrepen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen grijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gegrepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegrepen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gegrepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegrepen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gegrepen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gegrepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gegrepen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gegrepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gegrepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gegrepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gegrepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gegrepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gegrepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gegrepen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gegrepen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gegrepen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gegrepen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gegrepen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gegrepen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gegrepen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gegrepen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegrepen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gegrepen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegrepen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal grijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal grijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal grijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gegrepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegrepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gegrepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegrepen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegrepen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegrepen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou grijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou grijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou grijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegrepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gegrepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gegrepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegrepen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegrepen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegrepen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden grijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden grijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden grijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegrepen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegrepen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt grijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegrepen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gegrepen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gegrepen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegrepen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegrepen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegrepen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen grijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen grijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen grijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen grijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegrepen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegrepen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult grijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord grijp

Herkomst

In de betekenis van ‘pakken’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van grijpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegrepen voltooid deelwoord grijpen
greept aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon grijpen
grijpe aanvoegende wijs grijpen
grijpt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon grijpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grijpen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over grijpen

Hoe spreek ik grijpen uit?
Zo spreek je grijpen uit: /ˈɣrɛipə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van grijpen?
Grijpen is een werkwoord. De betekenis is: plotseling iets of iemand beetpakken. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik grijpen?
Zo vervoeg je grijpen zo: de tegenwoordige tijd is grijp, de verleden tijd is greep en het voltooid deelwoord is gegrepen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op grijpen?

Op grijpen rijmen 7 woorden, onder andere knijpen, typen en rijpen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op grijpen, uitspraak ˈxrɛipən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
knijpen 2
typen 2
rijpen 2
pijpen 2
zijpen 2
bruidegomspijpen 5
doedelzakpijpen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord grijpen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. R 2
  3. I 1
  4. J 4
  5. P 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

grijpen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 115 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. R 2
  3. I 2
  4. J 4
  5. P 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 zonder bonus
  9. 115 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

grijpen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

grijpen in het kort

grijpen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van grijpen staan er 76 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort grijpen bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

grijpen: plotseling iets of iemand beetpakken
Deel grijpen — standaardnederlands.nl