Naar de inhoud

pijpen

een melodie spelen op de speelpijp van, met name, een rietinstrument zoals de doedelzak

pijpen is meer dan één woord

pijpen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpɛipə(n)

Betekenis

  1. een melodie spelen op de speelpijp van, met name, een rietinstrument zoals de doedelzak
  2. een man oraal bevredigen
  3. tabak roken.

Hoe spreek je pijpen uit?

/ˈpɛipən/

Pijpen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpɛipən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
ɛi trein
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van pijpen

pijpenhele werkwoord — pijpteverleden tijd enkelvoud — pijptenverleden tijd meervoud — gepijptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pijp pijpte
jij pijpt pijpte
hij, zij, het pijpt pijpte
wij pijpen pijpten
jullie pijpen pijpten
zij pijpen pijpten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepijpt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepijpt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepijpt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepijpt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepijpt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepijpt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepijpt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepijpt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepijpt verleden tijd, deelwoord
gepijpt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepijpt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepijpt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepijpt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepijpt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepijpt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepijpt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepijpt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepijpt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepijpt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepijpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepijpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepijpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepijpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepijpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepijpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepijpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepijpt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pijp gebiedende wijs
pijpe aanvoegende wijs
pijpend onvoltooid, deelwoord
pijpte verleden tijd
te hebben gepijpt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pijpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepijpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepijpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepijpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepijpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepijpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepijpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepijpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepijpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepijpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepijpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepijpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepijpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepijpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepijpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepijpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepijpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepijpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepijpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepijpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepijpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepijpt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepijpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepijpt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepijpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepijpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepijpt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepijpt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepijpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepijpt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepijpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepijpt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepijpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepijpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepijpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepijpt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepijpt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepijpt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepijpt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepijpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepijpt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepijpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepijpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepijpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepijpt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepijpt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepijpt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepijpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepijpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepijpt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pijpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepijpt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepijpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepijpt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepijpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepijpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepijpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepijpt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepijpt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepijpt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepijpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepijpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepijpt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pijpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord pijp

Herkomst

ww: van Middelnederlands pipen, dat mogelijk teruggaat op Latijn pipare "piepen", op te vatten als afgeleid van pijp zn met het achtervoegsel -en **[1] in de betekenis van ‘fluiten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 **[2] in de betekenis van ‘afzuigen’ aangetroffen vanaf 1974 (zie vindplaats hieronder), vergelijk Frans pipe zn "fellatie", 'faire une pipe' "afzuigen"

Woordfamilie van pijpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepijpt voltooid deelwoord pijpen
gepijpte woordvorm pijpen
pijpe aanvoegende wijs pijpen
pijpend onvoltooid deelwoord pijpen
pijpende woordvorm pijpen
pijpt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pijpen
pijpte verleden tijd pijpen
pijpten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pijpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pijpen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over pijpen

Hoe spreek ik pijpen uit?
Zo spreek je pijpen uit: /ˈpɛipə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van pijpen?
Pijpen is een werkwoord. De betekenis is: een melodie spelen op de speelpijp van, met name, een rietinstrument zoals de doedelzak. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik pijpen?
Zo vervoeg je pijpen zo: de tegenwoordige tijd is pijp, de verleden tijd is pijpte en het voltooid deelwoord is gepijpt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op pijpen?

In dit woordenboek rijmen 7 woorden op -ijpen op pijpen, zoals knijpen, grijpen en typen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op pijpen, uitspraak ˈpɛipən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
knijpen 2
grijpen 2
typen 2
rijpen 2
zijpen 2
bruidegomspijpen 5
doedelzakpijpen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pijpen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pijpen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 16 zonder bonus
  8. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pijpen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

pijpen in het kort

pijpen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van pijpen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort pijpen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

pijpen: een melodie spelen op de speelpijp van, met name, een rietinstrument zoals de doedelzak
Deel pijpen — standaardnederlands.nl