knijpen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈknɛipə(n)Betekenis
- tussen twee punten druk uitoefenen
Hoe spreek je knijpen uit?
/ˈknɛipən/
Knijpen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| n | nek |
| ɛi | trein |
| p | pak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van knijpen
knijpenhele werkwoord — kneepverleden tijd enkelvoud — knepenverleden tijd meervoud — geknepenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | knijp | kneep |
| jij | knijpt | kneep |
| hij, zij, het | knijpt | kneep |
| wij | knijpen | knepen |
| jullie | knijpen | knepen |
| zij | knijpen | knepen |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geknepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geknepen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geknepen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geknepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geknepen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geknepen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geknepen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geknepen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geknepen | verleden tijd, deelwoord |
| geknepen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geknepen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geknepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geknepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geknepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geknepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geknepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geknepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geknepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geknepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geknepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geknepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geknepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geknepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geknepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geknepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geknepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kneep | verleden tijd |
| knijp | gebiedende wijs |
| knijpe | aanvoegende wijs |
| knijpend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geknepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te knijpen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen knijpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geknepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geknepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geknepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geknepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geknepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geknepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geknepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geknepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geknepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geknepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geknepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geknepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geknepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen knijpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geknepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult knijpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord knijp
Herkomst
In de betekenis van ‘druk uitoefenen’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van knijpen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geknepen | voltooid deelwoord | knijpen |
| knijpe | aanvoegende wijs | knijpen |
| knijpend | onvoltooid deelwoord | knijpen |
| knijpende | woordvorm | knijpen |
| knijpt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | knijpen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knijpen zijn vastgelegd.