geloven
werkwoord, zelfstandig naamwoord ɣəˈlovə(n)Betekenis
- overtuigd zijn dat iets waar is
- iemand ~: zich door iemand laten overtuigen
Hoe spreek je geloven uit?
/xəˈlovən/
Geloven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| o | boot |
| v | vis |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van geloven
gelovenhele werkwoord — geloofdeverleden tijd enkelvoud — geloofdenverleden tijd meervoud — geloofdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | geloof | geloofde |
| jij | gelooft | geloofde |
| hij, zij, het | gelooft | geloofde |
| wij | geloven | geloofden |
| jullie | geloven | geloofden |
| zij | geloven | geloofden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geloofd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geloofd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geloofd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geloofd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geloofd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geloofd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geloofd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geloofd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geloof | gebiedende wijs |
| geloofd | verleden tijd, deelwoord |
| geloofd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geloofd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geloofd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geloofd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geloofd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geloofd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geloofd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geloofd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geloofd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geloofd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geloofde | verleden tijd |
| gelove | aanvoegende wijs |
| gelovend | onvoltooid, deelwoord |
| had geloofd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geloofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geloofd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geloofd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geloofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geloofd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geloofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geloofd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te geloven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geloofd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen geloven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geloofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geloofd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geloofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geloofd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geloofd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geloofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geloofd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geloofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geloofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geloofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geloofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geloofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geloofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geloofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geloofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geloofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geloofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geloofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geloofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geloofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geloofd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geloofd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geloofd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geloofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geloofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geloofd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geloofd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geloven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal geloven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal geloven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geloofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geloofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geloofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geloofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geloofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geloofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geloofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geloofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geloofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geloofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geloven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou geloven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou geloven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geloofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geloofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geloofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geloofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geloofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geloofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geloofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geloofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geloofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geloven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geloven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geloven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geloofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geloofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geloofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geloven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geloofd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geloofd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geloofd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geloofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geloofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geloofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geloofd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geloofd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geloofd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geloven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen geloven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geloven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geloven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geloofd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geloofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geloofd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geloven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord geloof
Herkomst
In de betekenis van ‘vertrouwen in of op’ voor het eerst aangetroffen in 776
Woordfamilie van geloven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geloofden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | geloven |
| gelooft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | geloven |
| gelove | aanvoegende wijs | geloven |
| gelovend | onvoltooid deelwoord | geloven |
| gelovende | woordvorm | geloven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geloven zijn vastgelegd.