geloofsbrief
zelfstandig naamwoord ɣəˈlofsbrifBetekenis
- schriftelijk bewijsstuk dat iemand bevoegd is benoemd te worden tot een bepaalde (diplomatieke of ambtelijke) functie
- schriftelijke verklaring; op schrift gestelde belofte
Hoe spreek je geloofsbrief uit?
/xəˈlofsbrif/
Geloofsbrief bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| o | boot |
| f | fiets |
| s | sok |
| b | bak |
| r | rood |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geloofsbrieven | meervoud |
Herkomst
samenstelling van geloof zn en brief zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van geloofsbrief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geloofsbrieven | meervoud | geloofsbrief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geloofsbrief zijn vastgelegd.