doven
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈdovə(n)/Betekenis
- een vlam uit doen gaan
- lui
Hoe spreek je doven uit?
/ˈdovən/
Doven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- een lamp uitdoen transitive
Vervoeging van doven
dovenhele werkwoord — doofdeverleden tijd enkelvoud — doofdenverleden tijd meervoud — gedoofdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doof | doofde |
| jij | dooft | doofde |
| hij, zij, het | dooft | doofde |
| wij | doven | doofden |
| jullie | doven | doofden |
| zij | doven | doofden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| doof | gebiedende wijs |
| doofde | verleden tijd |
| dove | aanvoegende wijs |
| dovend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedoofd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedoofd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedoofd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedoofd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedoofd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedoofd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedoofd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedoofd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedoofd | verleden tijd, deelwoord |
| gedoofd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedoofd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedoofd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedoofd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedoofd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedoofd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedoofd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedoofd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedoofd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedoofd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedoofd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedoofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedoofd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedoofd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedoofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedoofd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedoofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedoofd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te doven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedoofd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedoofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedoofd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedoofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedoofd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedoofd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedoofd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedoofd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedoofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedoofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedoofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedoofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedoofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedoofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedoofd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedoofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedoofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedoofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedoofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedoofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedoofd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedoofd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedoofd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedoofd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedoofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedoofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedoofd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedoofd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedoofd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedoofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedoofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedoofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedoofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedoofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedoofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedoofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedoofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedoofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedoofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedoofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedoofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedoofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedoofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedoofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedoofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedoofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedoofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt doven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedoofd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedoofd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedoofd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen doven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedoofd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedoofd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedoofd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedoofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedoofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedoofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedoofd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedoofd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedoofd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult doven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedoofd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedoofd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedoofd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dove
Herkomst
In de betekenis van ‘uitdoen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1611
Woordfamilie van doven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doofde | verleden tijd | doven |
| doofden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doven |
| dooft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doven |
| dooven | woordvorm | doven |
| dovend | onvoltooid deelwoord | doven |
| dovende | woordvorm | doven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doven zijn vastgelegd.