geloofsgemeenschap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gemeenschap bestaande uit de aanhangers van een bepaald geloof
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geloofsgemeenschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geloofsgemeenschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| geloofsgemeenschappen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van geloof en gemeenschap met het invoegsel -s-
Woordfamilie van geloofsgemeenschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geloofsgemeenschapje | verkleinwoord | geloofsgemeenschap |
| geloofsgemeenschapjes | verkleinwoord meervoud | geloofsgemeenschap |
| geloofsgemeenschappen | meervoud | geloofsgemeenschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geloofsgemeenschap zijn vastgelegd.