geloof
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣəˈlofBetekenis
- een godsdienstige overtuiging
- de overtuiging dat iets zo is
Hoe spreek je geloof uit?
/xəˈlof/
Geloof bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| o | boot |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geloofje | verkleinwoord, eerste persoon |
| geloofjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| geloven | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van geloven
- gebiedende wijs van geloven
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van geloven
Vervoeging van geloof
geloofhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van geloven
Woordfamilie van geloof
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geloofje | verkleinwoord, 1e persoon | geloof |
| geloofjes | verkleinwoord | geloof |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geloof zijn vastgelegd.