dompelen
werkwoord ˈdɔmpələ(n)Betekenis
- in een vloeistof steken
- in: rouw of verdriet overdachtelijk iets alomtegenwoordig maken
Hoe spreek je dompelen uit?
/ˈdɔmpələn/
Dompelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| p | pak |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- ~ in: rouw of verdriet overdrachtelijk iets alomtegenwoordig maken transitive
Vervoeging van dompelen
dompelenhele werkwoord — dompeldeverleden tijd enkelvoud — dompeldenverleden tijd meervoud — gedompeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dompel | dompelde |
| jij | dompelt | dompelde |
| hij, zij, het | dompelt | dompelde |
| wij | dompelen | dompelden |
| jullie | dompelen | dompelden |
| zij | dompelen | dompelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dompel | gebiedende wijs |
| dompelde | verleden tijd |
| dompele | aanvoegende wijs |
| dompelend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedompeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedompeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedompeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedompeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedompeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedompeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedompeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedompeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedompeld | verleden tijd, deelwoord |
| gedompeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedompeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedompeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedompeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedompeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedompeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedompeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedompeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedompeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedompeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedompeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedompeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedompeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedompeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedompeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedompeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedompeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedompeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dompelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedompeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dompelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedompeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedompeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedompeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedompeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedompeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedompeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedompeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedompeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedompeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedompeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedompeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedompeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedompeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedompeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedompeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedompeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedompeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedompeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedompeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedompeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedompeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedompeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedompeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dompelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedompeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedompeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedompeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedompeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘onder laten gaan in vloeistof’ voor het eerst aangetroffen in 1598
Woordfamilie van dompelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dompel | gebiedende wijs | dompelen |
| dompelde | verleden tijd | dompelen |
| dompelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dompelen |
| dompele | aanvoegende wijs | dompelen |
| dompelend | onvoltooid deelwoord | dompelen |
| dompelende | woordvorm | dompelen |
| dompelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dompelen |
| gedompeld | voltooid deelwoord | dompelen |
| gedompelde | woordvorm | dompelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dompelen zijn vastgelegd.