schrompelen
werkwoord ˈsxrɔmpələ(n)Betekenis
- rimpelig worden door verlies aan inhoud
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je schrompelen uit?
/ˈsxrɔmpələn/
Schrompelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| p | pak |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van schrompelen
schrompelenhele werkwoord — schrompeldeverleden tijd enkelvoud — schrompeldenverleden tijd meervoud — geschrompeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schrompel | schrompelde |
| jij | schrompelt | schrompelde |
| hij, zij, het | schrompelt | schrompelde |
| wij | schrompelen | schrompelden |
| jullie | schrompelen | schrompelden |
| zij | schrompelen | schrompelden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben geschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| geschrompeld | verleden tijd, deelwoord |
| geschrompeld te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschrompeld zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is geschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schrompel | gebiedende wijs |
| schrompelde | verleden tijd |
| schrompele | aanvoegende wijs |
| schrompelend | onvoltooid, deelwoord |
| te schrompelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn geschrompeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen schrompelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geschrompeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geschrompeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geschrompeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geschrompeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geschrompeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geschrompeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geschrompeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal geschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geschrompeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn geschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen schrompelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult schrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands schrompelen, op te vatten als frequentatief gevormd uit schrimpen ww of schrompen ww met het achtervoegsel -el
Woordfamilie van schrompelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geschrompeld | voltooid deelwoord | schrompelen |
| geschrompelde | woordvorm | schrompelen |
| schrompel | gebiedende wijs | schrompelen |
| schrompelde | verleden tijd | schrompelen |
| schrompelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | schrompelen |
| schrompele | aanvoegende wijs | schrompelen |
| schrompelend | onvoltooid deelwoord | schrompelen |
| schrompelende | woordvorm | schrompelen |
| schrompelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | schrompelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schrompelen zijn vastgelegd.