verschrompelen
werkwoord vərˈsxrɔmpələ(n)Betekenis
- door uitdroging rimpelig en klein worden
Hoe spreek je verschrompelen uit?
/vərˈsxrɔmpələn/
Verschrompelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| p | pak |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verschrompelen
verschrompelenhele werkwoord — verschrompeldeverleden tijd enkelvoud — verschrompeldenverleden tijd meervoud — verschrompeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verschrompel | verschrompelde |
| jij | verschrompelt | verschrompelde |
| hij, zij, het | verschrompelt | verschrompelde |
| wij | verschrompelen | verschrompelden |
| jullie | verschrompelen | verschrompelden |
| zij | verschrompelen | verschrompelden |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verschrompeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verschrompeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verschrompeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verschrompeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verschrompeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verschrompeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verschrompeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verschrompeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verschrompelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verschrompeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verschrompelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verschrompel | gebiedende wijs |
| verschrompeld | verleden tijd, deelwoord |
| verschrompeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verschrompeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verschrompeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verschrompeld te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verschrompeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verschrompeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verschrompeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verschrompeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verschrompeld zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verschrompeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verschrompelde | verleden tijd |
| verschrompele | aanvoegende wijs |
| verschrompelend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verschrompeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verschrompeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verschrompeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verschrompeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verschrompeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verschrompeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verschrompeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verschrompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verschrompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verschrompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verschrompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verschrompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verschrompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verschrompeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verschrompeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verschrompeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verschrompeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verschrompeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verschrompeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verschrompeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verschrompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verschrompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verschrompeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verschrompeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verschrompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verschrompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verschrompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verschrompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verschrompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verschrompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verschrompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verschrompeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verschrompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verschrompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verschrompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verschrompelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verschrompeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verschrompeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verschrompelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van schrompelen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verschrompelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verschrompel | gebiedende wijs | verschrompelen |
| verschrompeld | voltooid deelwoord | verschrompelen |
| verschrompelde | verleden tijd | verschrompelen |
| verschrompelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verschrompelen |
| verschrompele | aanvoegende wijs | verschrompelen |
| verschrompelend | onvoltooid deelwoord | verschrompelen |
| verschrompelende | woordvorm | verschrompelen |
| verschrompelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verschrompelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verschrompelen zijn vastgelegd.