dan
bijwoord, voegwoord, zelfstandig naamwoord dɑnBetekenis
- een tijdstip in de toekomst
- daarna, vervolgens
- een woord zonder duidelijke betekenis
- indien
- behalve
- in het geheel, ieder.
- na een vergrotende trap van een bijvoeglijk naamwoord of van een bijwoord
- graad van behendigheid bij judo, karate enz
- en
- taal
- met hen twee.
- dag
Hoe spreek je dan uit?
/dɑn/
Dan bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
bijwoord
- op een eerder genoemd tijdstip in de toekomst
Verbuiging en vervoeging (bijwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] dan | canonical |
bijwoord
- geeft meer nadruk aan een uitroep
Verbuiging en vervoeging (bijwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] dan | canonical |
Verbuiging en vervoeging (bijwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] als ... dan | canonical |
Verbuiging en vervoeging (bijwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] anders dan | canonical |
Verbuiging en vervoeging (bijwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] dan ook | canonical |
voegwoord
- toen obsolete
Verbuiging en vervoeging (voegwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] dan | canonical |
zelfstandig naamwoord — masculine
- elk van de tien graden van behendigheid bij Japanse vecht- of denksporten
Woordfamilie van dan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dannetje | woordvorm | dan |
| dannetjes | meervoud | dan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dan zijn vastgelegd.