Naar de inhoud

brommen

een laag rommelend geluid voortbrengen

brommen is meer dan één woord

brommen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈbrɔmə(n)

Betekenis

  1. een laag rommelend geluid voortbrengen
  2. boos, bestraffend of ontevreden praten
  3. op een bromfiets ergens heengaan
  4. op een bromfiets rijden

Hoe spreek je brommen uit?

/ˈbrɔmən/

Brommen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbrɔmən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
r rood
ɔ bot
m maan
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. op een bromfiets ergens heen gaan ergative
  2. in de gevangenis zitten

Vervoeging van brommen

brommenhele werkwoord — bromdeverleden tijd enkelvoud — bromdenverleden tijd meervoud — gebromdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik brom bromde
jij bromt bromde
hij, zij, het bromt bromde
wij brommen bromden
jullie brommen bromden
zij brommen bromden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
brom gebiedende wijs
bromde verleden tijd
bromme aanvoegende wijs
brommend onvoltooid, deelwoord
er is gebromd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebromd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebromd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebromd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebromd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebromd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebromd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebromd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebromd verleden tijd, deelwoord
gebromd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebromd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebromd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebromd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebromd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebromd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebromd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebromd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebromd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebromd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebromd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebromd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebromd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebromd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te brommen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebromd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen brommen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal brommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal brommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal brommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebromd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebromd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebromd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou brommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou brommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou brommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebromd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebromd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebromd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden brommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden brommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden brommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebromd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebromd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebromd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt brommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebromd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen brommen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen brommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen brommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen brommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebromd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebromd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebromd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult brommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebromd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord brom

Herkomst

In de betekenis van ‘laag en dof geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477

Woordfamilie van brommen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bromde verleden tijd brommen
bromden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon brommen
bromme aanvoegende wijs brommen
bromt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon brommen
gebromd voltooid deelwoord brommen
gebromde woordvorm brommen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brommen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over brommen

Hoe spreek je brommen uit?
De uitspraak van brommen is: /ˈbrɔmə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent brommen?
Brommen is een werkwoord. Het woord betekent: een laag rommelend geluid voortbrengen. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je brommen?
Je vervoegt brommen als volgt: de tegenwoordige tijd is brom, de verleden tijd is bromde en het voltooid deelwoord is gebromd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op brommen?

In dit woordenboek rijmen 7 woorden op -ommen op brommen, zoals grommen, aangezwommen en aankoopsommen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op brommen, uitspraak ˈbrɔmən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
grommen 2
aangezwommen 4
aankoopsommen 4
aanneemsommen 4
blommen 2
dommen 2
schoolgezwommen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord brommen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

brommen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

brommen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

brommen in het kort

brommen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van brommen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort brommen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

brommen: een laag rommelend geluid voortbrengen
Deel brommen — standaardnederlands.nl