Naar de inhoud

zoemen

een vrij zacht continu geluid voortbrengen dat op de z-klank lijkt

zoemen is meer dan één woord

zoemen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een vrij zacht continu geluid voortbrengen dat op de z-klank lijkt

Vervoeging van zoemen

zoemenhele werkwoord — zoemdeverleden tijd enkelvoud — zoemdenverleden tijd meervoud — gezoemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zoem zoemde
jij zoemt zoemde
hij, zij, het zoemt zoemde
wij zoemen zoemden
jullie zoemen zoemden
zij zoemen zoemden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezoemd verleden tijd, deelwoord
gezoemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezoemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezoemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezoemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezoemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezoemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezoemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezoemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezoemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezoemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezoemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezoemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezoemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezoemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezoemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezoemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezoemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezoemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zoemen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zoemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gezoemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezoemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezoemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zoemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zoemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zoemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zoem gebiedende wijs
zoemde verleden tijd
zoeme aanvoegende wijs
zoemend onvoltooid, deelwoord
zou gezoemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezoemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezoemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zoemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zoemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zoemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezoemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezoemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezoemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zoemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zoemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zoemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezoemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zoemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezoemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezoemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezoemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zoemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zoemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zoemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zoemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezoemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zoemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord zoem

Herkomst

In de betekenis van ‘gonzend geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1889

Woordfamilie van zoemen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezoemd voltooid deelwoord zoemen
zoemde verleden tijd zoemen
zoemden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zoemen
zoeme aanvoegende wijs zoemen
zoemt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zoemen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoemen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zoemen

Wat betekent zoemen?
Zoemen is een werkwoord. Het woord betekent: een vrij zacht continu geluid voortbrengen dat op de z-klank lijkt.
Hoe vervoeg je zoemen?
Je vervoegt zoemen als volgt: de tegenwoordige tijd is zoem, de verleden tijd is zoemde en het voltooid deelwoord is gezoemd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zoemen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zoemen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. O 1
  3. E 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zoemen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zoemen in het kort

zoemen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van zoemen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort zoemen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

zoemen: een vrij zacht continu geluid voortbrengen dat op de z-klank lijkt
Deel zoemen — standaardnederlands.nl