Naar de inhoud

razen

heel snel rijden

razen

werkwoord

Betekenis

  1. heel snel rijden
  2. voortbewegen of overtrekken van een natuurverschijnsel dat gepaard gaat met veel geweld en schade veroorzaakt

Vervoeging van razen

razenhele werkwoord — raasdeverleden tijd enkelvoud — raasdenverleden tijd meervoud — geraasdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik raas raasde
jij raast raasde
hij, zij, het raast raasde
wij razen raasden
jullie razen raasden
zij razen raasden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geraasd verleden tijd, deelwoord
geraasd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geraasd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geraasd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geraasd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geraasd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geraasd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geraasd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geraasd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geraasd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geraasd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geraasd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geraasd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geraasd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geraasd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geraasd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geraasd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geraasd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
raas gebiedende wijs
raasde verleden tijd
raze aanvoegende wijs
razend onvoltooid, deelwoord
te hebben geraasd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te razen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen razen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geraasd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geraasd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geraasd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal razen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal razen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal razen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou razen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou razen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou razen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden razen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden razen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden razen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geraasd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt razen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geraasd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geraasd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geraasd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen razen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen razen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen razen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen razen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geraasd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult razen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘woeden’ voor het eerst aangetroffen in 1250

Woordfamilie van razen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geraasd voltooid deelwoord razen
raasde verleden tijd razen
raasden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon razen
raast aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon razen
raze aanvoegende wijs razen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van razen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over razen

Wat is de betekenis van razen?
Razen is een werkwoord. De betekenis is: heel snel rijden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik razen?
Zo vervoeg je razen zo: de tegenwoordige tijd is raas, de verleden tijd is raasde en het voltooid deelwoord is geraasd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord razen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. A 1
  3. Z 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

razen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. A 1
  3. Z 5
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 zonder bonus
  7. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

razen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

razen in het kort

razen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van razen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort razen bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

razen: heel snel rijden
Deel razen — standaardnederlands.nl