Naar de inhoud

snorren

een snorrend geluid produceren

snorren is meer dan één woord

snorren

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een snorrend geluid produceren
  2. zich snorrend voortbewegen
  3. zich op een snorfiets voortbewegen
  4. tweede betekenisomschrijving.
  5. enz.

Vervoeging van snorren

snorrenhele werkwoord — snordeverleden tijd enkelvoud — snordenverleden tijd meervoud — gesnordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snor snorde
jij snort snorde
hij, zij, het snort snorde
wij snorren snorden
jullie snorren snorden
zij snorren snorden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesnord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesnord impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesnord impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesnord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesnord worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesnord zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesnord worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesnord zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesnord verleden tijd, deelwoord
gesnord te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesnord te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesnord te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnord te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnord te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnord worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesnord zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesnord zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesnord zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesnord zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesnord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesnord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesnord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesnord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesnord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesnord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesnord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
snor gebiedende wijs
snorde verleden tijd
snorre aanvoegende wijs
snorrend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesnord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te snorren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen snorren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesnord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesnord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesnord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesnord voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesnord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesnord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesnord voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesnord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesnord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesnord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesnord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesnord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesnord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesnord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesnord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesnord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesnord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesnord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesnord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesnord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesnord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesnord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesnord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesnord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal snorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal snorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal snorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesnord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesnord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesnord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesnord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou snorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou snorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou snorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesnord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesnord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesnord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesnord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesnord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesnord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesnord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesnord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesnord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden snorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden snorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden snorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesnord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesnord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesnord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt snorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesnord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesnord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesnord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesnord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesnord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesnord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesnord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesnord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesnord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen snorren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen snorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen snorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen snorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesnord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesnord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesnord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult snorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord snor

Herkomst

In de betekenis van ‘los werk zoeken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1974

Woordfamilie van snorren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesnord voltooid deelwoord snorren
gesnorde woordvorm snorren
snorde verleden tijd snorren
snorden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon snorren
snorre aanvoegende wijs snorren
snorrend onvoltooid deelwoord snorren
snorrende woordvorm snorren
snort aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon snorren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snorren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over snorren

Wat is de betekenis van snorren?
Snorren is een werkwoord. De betekenis is: een snorrend geluid produceren. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik snorren?
Zo vervoeg je snorren zo: de tegenwoordige tijd is snor, de verleden tijd is snorde en het voltooid deelwoord is gesnord. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord snorren is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

snorren levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 82 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 zonder bonus
  9. 82 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

snorren telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

snorren in het kort

snorren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van snorren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort snorren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

snorren: een snorrend geluid produceren
Deel snorren — standaardnederlands.nl